in memoriam

Een Burmees/Burmilla is niet zomaar een kat, maar neemt zoals alle Oosterse rassen middenin je hart plaats. Vandaar dat hun eigenaars onze dieren altijd heel erg missen als ze overleden zijn. Hier plaatsen we af en toe een In Memoriam.

 

het afscheid van Elsie

in memoriam Elsie

Het was even wennen aan jou, toen jij als drie-jarige bij ons kwam wonen. Aanpassen aan het feit dat het niet was zoals de kweker ons had verteld: dat die likwonde op jouw buikje van de stress was. Stress, door met de andere poezen bij hem niet overeen te komen. Zei hij. Een wonde die bij ons wel zou weggaan. Zei hij ook.

Onze dierenarts van 4 huizen naast ons legde uit dat het zo vanzelf niet zou genezen. En ze diende cortisone toe. En dat is sedertdien altijd om de drie maanden verder herhaald. Want de likwonden, dan eens op jouw pootje, dan eens op jouw buik, kwamen door een allergie. Die bezorgde jou jeuk, deed jou likken. En dat likken stopte niet bij rauw vlees. Enkel na een spuitje. Maar ... die spuitjes hadden we er voor over. Als jij je er maar beter door voelde. En die prikjes, jij zat er nooit iets mee in; gaf geen krimp. Want jij wist waarschijnlijk wel dat het goed voor jou was.

Aanpassen aan het feit dat jij jouw behoefte niet altijd deed in de kattenbak. Maar er ook al eens naast. Of iets verder. Als een drie-jarige? We belden naar de kweker: "Zet er een tweede bak naast". Zei hij. Dat deden wij. Maar jij ging daar niet in, jij stapte er dikwijls gewoon door. En koos in die oudste bak altijd een hoekje voor de plasjes, een ander hoekje voor de rest. En dropte jij jouw bolletjes waar het hoorde, in de bak, kreeg jij als beloning enkele brokjes Whiskas "Temptations". Rundsmaak. Jij had het wel zeer snel door. Want jij krabte al wel eens in de bak, kwam er miauwend uit en bleef daar dan zitten wachten. Maar geen bolletjes ... geen snoepje.

Het was aanpassen dat, eenmaal op schoot gezeten, jij in een wijde boog plots wegsprong als ik eens moest niezen. Maar gaandeweg werd jij dat wel gewoon en bleef gewoon zitten.

Aanpassen was het ook dat jij bij kleine bewegingen, stapjes in jouw richting, snel weg kroop. Of weg sloop ... of holde. Aanpassen voor ons dat jij zo schrikachtig was bij het minste. Maar ook dat wende wel bij jou; jij zag in dat die tweevoeters het goed met jou voorhadden. Welk trauma had jij toch ooit opgelopen?

Aanpassen dat jij 's morgens, na dat de laatste uit de douche kwam, absoluut die bodem dan wou opdrogen; al likkend. Maar hadden wij niet snel door dat jij daar liever een kommetje had staan? In die douche? En zo had jij jouw tweede drinkbakje veroverd. Dat in de keuken was voor overdag. Maar voortaan zat jij steevast 's morgens en 's avonds in de douche naast dat kommetje te wachten. De eerste die wakker werd 'mocht' het kommetje verversen (nog vol of niet). En idem dito bij de laatste die ging slapen.

Het was aanpassen jou telkens op zonnige dagen door het appartement te zien verhuizen. 's Morgens in de living, 's middag aan het raam in de werkkamer achter het computerscherm, in de late namiddag op het bed in de slaapkamer. Het was wennen voor jou dat de zon niet de ganse dag op dezelfde plek bleef schijnen.

Aanpassen dat jij zo snel en zo veel kon ronken, enkele aaitjes waren al voldoende. En al zeker in de zon. En vooral bij het eerste ritueel in de badkamer op het badmatje. Nog voor het drinken: eerst even omvallen op de zij en verder rollen op de rug ... buikje naar boven om zeker geen aai te moeten missen ... en nadien mijn vingers vastpakken als ik ze wou wegtrekken; want jij kreeg er niet snel genoeg van. Pas als je mijn hand met vier pootjes weg duwde was het jouw tijd om te gaan drinken. En daarna het kommetje naast de douche verhuizen, ik in de douche en deurtje toe, dan jij weer even drinken en dan weer naar bed ... wachten tot vrouwtje er zou uitkomen.

Aanpassen om jou telkens de trapzaal te zien opstappen als jij uit het appartement glipte. Alleen bij mij ... en dan nog enkel als ik thuis kwam, niet wanneer ik vertrok. Om dan even ... stuk voor stuk ... elegant jouw pootjes te strekken. Dan een kort wandelingetje; soms een trapje naar omlaag, maar meestal echter op onze eerste verdieping, tot voorbij de liftdeur. En in het weerkeren even bij de buurvrouw haar deurmatje krabben en het besnuffelen. En ... soms ... zelden ... een spurtje helemaal naar boven tot op de derde verdieping, aan elke hoekje van de trap even omkijkend of ik wel volgde.

Aanpassen was het bij mijn computer, als ik tikte en jij over mijn toetsenbord wou stappen. Jij wou dat wel, er over, maar deed het meestal niet. Dus had ik "<<<<<" of "///+++/// ;;;;;" in mijn zinnen staan. En daarna begon jij aan de aluminium kader van mijn scherm te proeven. Maar och ... dat wende ook wel, want meestal lag jij op de tafel, in een nestje, naast de telefoon en toetsenbord ... af en toe naar mijn hand of muis grijpend. Als je niet rechtop stond tegen het scherm, om daar bovenaan naar de cursor te grijpen. Of jij kroop via de krabpaal op de kast; warm onder de TL-lamp op de minder zonnige dagen. Of bij het vrouwtje, wanneer ze een uren durend YouTube-filmpje in de hoek van haar scherm voor jou had op staan. Zelfs ondersteboven lag je dan soms te kijken naar vogels en eekhoorntjes. Of wat er anders zoal op het scherm bewoog.

Het was ook aanpassen dat er van die hoektandjes op de duur in mijn hand gingen drukken, wanneer jij met jouw kin op mijn hand of arm in slaap viel. Alsof het een wedstrijd was wie dit het langste kon uithouden, wie het langste kon stil blijven.

Aanpassen dat jij heel dikwijls 's nacht bovenop de dons vlak naast mij lag, net op de rand van het bed, tussen borstkas en mijn rechterarm. Met die twee tandjes in mijn arm. De laatste weken meer nog jouw kopje in mijn oksel, met jouw tandjes in mijn schouder soms.

Aanpassen dat jij tegen 5:45 uur jouw eerste hongertje kreeg, jouw koekjes wou in de keuken. Een haast dagelijks ritueel, waarbij we dan nadien even door het raam in het oog hielden wat en wie er allemaal voorbij kwam op de straat. Om dan weer een uur of wat langer te gaan slapen. Dat wende allemaal snel, we wenden aan elkaar. Het ging vanzelf, het was gewoon wat op elkaar inspelen. Al bijna zes jaar lang. Het was maar een plagerige uitdrukking dat jij een poes-met-een-handleiding was.

Maar ... dan werd het aan andere zaken wennen. Dingen die niet wilden wennen, die nooit wennen. Waar niemand aan went. Het begon met een grote geeuw van jou, die wat onwelriekende adem verspreidde. Bij een volgende bezoek aan de dierenarts, om nog eens een spuitje tegen allergie te krijgen, haalden we dat van die onfrisse adem aan. We moesten maar eens terugkomen, er was wat tandsteen en dat kon best verwijderd worden. Maar daarvoor moest jij wel in slaap gebracht worden. Toen jouw eetlust plots ging minderen, dachten we aan jouw gebit en een mogelijk probleem met de tandjes. En werd het een bezoek aan onze dierenarts. Neen, ondanks toch maar de korte afstand de straat op vond jij dat nooit leuk; een gejammer vanop onze trap tot aan de deur van de dokterspraktijk. En dan viel jij stil, zei geen "woord" meer. Zelfs niet als we lang in de wachtzaal moesten blijven zitten. Tandsteen en een loszittende tand werd verwijderd; het zou nu wel beteren.

Maar ... het beterde niet.
De harde brokjes, al jaren jouw dieetvoeding om reden van allergie, werden nu tijdelijk vervangen door zachte brokjes. Het beterde nog steeds niet met het eten. Op controle bleek nu, want de vorige maal sliep jij door die verdoving, dat bij het bewegen van de kaken de hoektanden wat langs elkaar schuurden. Misschien had jij hierdoor te veel last? Er werd wat bloed afgenomen voor labo-onderzoek. Van die bloedanalyse bleek een paar dagen later de resultaten allemaal in orde te zijn. De arts liet jou proeven van een blikje dat zij "astronoutenvoeding" heette; sterk van geur. En waarschijnlijk van smaak, want jij ging er meteen voor rechtop zitten en begon flink te eten. Prompt gingen we er twee blikjes van meenemen; je had jouw smaak en eetlust blijkbaar terug. Maar de arts raadde toch wel een tandspecialiste aan. Een expert op gebied van gebitten bij huisdieren. Want ook links en rechts, onderaan op het tandvlees, was een rood vlekje. Drukten de boventanden daarop? Was dat ook nog een reden? Toch maar haar opinie vragen; we maakten een afspraak voor een gebitscontrole.

Jouw eetlust terug? Was het dan voor even ... toch maar een opflakkering van eetlust geweest? Want een dag verder en, met moeite, een blikje later, was jouw zin er voor weg. Het werd dus verder aanmoedigen met die malse stukjes. De saus, dat ging wel. De brokjes met wat moeite en niet veel ... een koffielepeltje meestal. En dan toch ... tussenin at je dan toch weer wel wat harde brokjes, de snoepjes van Whiskas ... maar niet veel ... nu met zalmsmaak. De smaak van rundvlees lustte jij niet meer. De tandspecialiste stelde wel uitgroeiende hoektanden vast, maar vond dat nu niet zo dramatisch om daar de reden voor het weinig eten te zoeken. Enkele foto-opnamen gingen misschien meer tonen. Het zou maar een paar uur duren, als er een ingreep nodig was, dus ging men direct aan slag. Enkele oude tandrestjes en een beetje tandvlees werden verwijderd. Een verdere grotere ingreep, zoals het verwijderen van de hoektanden zoals eerst was gevreesd, bleek niet nodig. Het afslijpen van de puntjes van de vier tanden volstond.

Maar een week later ging het nog steeds met het eten niet beter: likken aan de saus, amper enkele brokjes. Wat is er toch gaande Elsie? Kon jij het maar zeggen. En steeds bleef jij je nog al die tijd voor de rest normaal gedragen: kroop op schoot, spinde als steeds, deelde "kopjes" uit en speelde af en toe met jouw speeltjes. Buiten het eten, leek alles heel normaal. Jij ging wel weinig in de kattenbak, maar ja, ... jij at ook zo bijzonder weinig.

Bij een volgende nacontrole verwees de tandenspecialiste ons naar een internist. In de dierenkliniek zou ze worden onderzocht op andere en inwendige klachten, echografieën maken ... er moest nog iets anders zijn.

Tien dagen geleden, een donderdagmorgen, at jij nog wat. Heel weinig. Voor de rest van de dag niets meer ... geen malse dingen meer ... geen saus van de brokjes oplikken ... geen zin meer. Jij stond ook al twee ochtenden niet meer mee op, ging niet meer mee naar de badkamer: Elsie meiske, dit gaat niet goed hoor. Dit zit helemaal niet goed.

Ik mocht 's anderdaags naar onze dierenarts komen (Iets eetlustopwekkend inspuiten dokter, kan dat ? Helpt dat?). Want het zou nog tot de volgende maandag duren, dan hadden wij pas een afspraak in de dierenkliniek. Die nacht, om half vier, moest jij enkele keren braken, een rozige fijne brij. Een hoeveelheid die overeenkwam met het weinige wat jij de laatste drie vier dagen had gegeten. Jij kwam die vrijdagmorgen ook niet meer uit bed om aaitjes te krijgen op de badmat. Het werd maar een korte beraadslaging met onze arts; ze telefoneerde zelf met de kliniek om de afspraak te veranderen in een spoedopname. Wij mochten direct vertrekken.

In de kliniek zat jij in de wachtkamer maar stilletjes in jouw draagtasje. We moesten geen tien minuten wachten voor een arts kwam; gespecialiseerd in echografieën. Opnamen werden gemaakt. Niet direct iets alarmerends te merken, enkel een klein beetje vocht in de buikholte. Er werd beslist om nog eens een bloedafname te verrichten; 's avonds zouden we al een resultaat moeten hebben. En om jou daar aan een infuus te koppelen. Zo kreeg jij vocht binnen en was het eenvoudiger om medicatie toe te dienen. Want jij ging meteen al een middel tegen pijn en tegen misselijkheid krijgen. En maandagmorgen zou er opnieuw bloed worden afgenomen om te zien of de testen al enige verandering zouden aantonen. Het werd niet 's avonds maar wel de volgende morgen dat de resultaten in de kliniek bekend waren. En die duidden op een nierfalen, een aangetaste lever en ook een buikvliesontsteking.

De dokter verwittigde ons dat indien er een herstel kwam, het dan zeker een langdurig herstelproces zou worden. Maar wij dachten: "Zolang jij hier maar door geraakt". Wordt maar beter, jij mag dan nadien nog zoveel met jouw tandjes gaten maken in mijn hand of arm, het zal niet deren. Na een telefoontje op zondagmorgen, of we misschien jou even mochten bezoeken, was het antwoord dat dit helemaal geen probleem was.

Daar lag jij, stil in die kooi; een spiraalslangetje verbond een infuus met jouw pootje. Een infraroodlamp scheen op jou, want jouw lichaamstemperatuur was sedert jouw opname met vier graden gezakt tot nog maar 34,3 graden. Abnormaal laag is dat. Toch rilde jij niet.

En toen wij jou aanraakten, ging jij nog even ronken. En draaide jij je zelfs ook nog even een beetje op jouw zijde. Jouw nu kaal geschoren buikje werd gedeeltelijk zichtbaar. Jij toonde het, zoals jij al zoveel keren dat had gedaan. Zoals jij het ons gewoon had gemaakt: het in vertrouwen aanbieden van een zwak deel omdat wij het zouden aaien en jij dan daardoor nog harder zou ronken.

We beseften niet dat dit de laatste keer zou worden.

Want maandagmorgen, 27 maart 2017, kregen wij kort na 9 uur al een telefoontje van de dierenarts uit de kliniek. De toestand was zeer ernstig geworden, jouw levensfuncties leken de een na de ander uit te gaan vallen. Als dominostenen, zo drukte hij het uit. De dokter wist dat we daags te voren op bezoek waren geweest en meldde dat jij er nu intussen erger aan toe was. We reden onmiddellijk naar de kliniek, wilden jou nog zien, wilden jou niet laten lijden. De temperatuur was, ondanks de warmtelamp, gedaald tot 33,4 graden. De arts zei dat het betekende dat jouw lichaam niet (meer) in staat was het zelf op peil te houden. Een grote en een kleine pupil wezen op een al mogelijke hersenbeschadiging; waarschijnlijk bloedklontertjes. De rand van jouw tong had een donker rode kleur, de rest en de mondholte had een erg bleke gele kleur door de leveraandoening. Wij kregen ook de bloedresultaten te zien: voor lever en nieren en gal lagen de waarden gigantisch boven het maximum.

We konden niet langer wachten Elsie, jij zou anders gaan afzien. Zo jij op dat moment al niet afzag, ondanks het pijnbestrijdingsmiddel. Misschien niet, jij zei tenminste toch niets, jammerde enkel even toen we jou wilden pakken. Sorry meiske. Toen het infuus werd afgekoppeld en het slaapmiddel toegediend werd was jij snel weg; jouw hartje stopte al door enkel maar de verdoving.



De arts zei dat indien we niet hadden ingegrepen, jij hoe dan ook de avond niet meer had gehaald. Zo snel viel alles uit. 's Anderdaags kregen we nog de resultaten van die laatste bloedafname. Het was hoogstwaarschijnlijk toch niet het virus dat men eerst vreesde, een virus dat de buikvliesontsteking veroorzaakte. Daarvoor waren de verhoudingen in eiwitten niet juist. Ook geen leukemie of katten-aids. Maar wat jou van ons had weggenomen was tumoraal. Iets kankerachtig, niet met (duidelijke) gezwellen maar wel heel diffuus; zeer verspreid.

Ik dacht eerst als titel "Elsie's afscheid" te gebruiken. Maar dat is niet juist, het is geen afscheid van of door jou, ook niet door ons. Want jij zou nooit zelf afscheid hebben willen nemen, kiezen om ons te verlaten; wij ook niet. Want jij hield te veel van het leven en de zon en de warmte. En uiteindelijk ... ook van ons. Neen, het leven nam afscheid van jou. Een reden daarvoor is niet te begrijpen.

Het is een groot gemis, nu zonder jou. Jij laat een groot gat achter. En die aanpassing, die is wel de grootste.

Iedereen die jou ontmoette vond jou lief en mooi en zacht; jij wist iedereen te charmeren. Maar niet iedereen liet jij zomaar toe om nabij te komen. En nog minder om jou te aaien. Dat waren slechts een paar uitzonderingen. Jij was niet enkel overgevoelig van huid, ook wat betreft jouw contacten, daar was jij heel selectief in.

Elsie, zoals jij is, was, er maar eentje.
Een wel heel bijzondere poes.

1981 - 2018 © Burmezen & Burmilla's Rasclub Club27, burmezen.info | laatste wijziging 1 april 2018