magazine special: medisch

het gebit van de kat

door Agnes van den Berge- Hoogstrate

Het gebit van de kat bestaat uit zes snijtanden, twee haaktanden, zes premolaren (valse kiezen) en twee molaren (kiezen) in de bovenkaak. De onderkaak heeft zes snijtanden, twee haaktanden, vier premolaren en twee molaren. De kaak is kort en heeft in totaal dertig tanden en kiezen, dat is minder dan andere carnivoren, maar ze zijn er allemaal op gebouwd om vlees te 'snijden' en geven daardoor de kat een dodelijke beet. Een kitten heeft vier tanden en kiezen minder en een mens heeft er twee meer.

het gebit
Het gebit is het gebit van een carnivoor (vleeseter) wat geschikt is om een prooi te vangen en te verscheuren. Vooral de sterke hoektanden spelen een grote rol bij het doden van de prooi. De kleinste voorste tandjes (a) worden gebruikt om te schrapen. Naast deze tandjes staan de hoektanden (b). Deze zien er uit als een dolk en zijn er om de prooi vast te houden, te doden en het vlees te verscheuren. Katten kunnen niet kauwen en gebruiken de valse kiezen (c) en de kiezen (d) om het vlees in verteerbare stukken te snijden. Vooral de onderste kiezen en de achterste in de bovenkaak doen dienst als een soort schaar.

Kittens worden tandeloos geboren, er zijn dan ook geen tanden of kiezen te zien. Pas na twee tot vier weken komen de eerste elementen van het melkgebit naar boven. De tandkiemen worden echter al vóór de geboorte aangelegd in de baarmoeder, zowel het melkgebit als het blijvende gebit. De snijtanden, hoektanden en premolaren komen bij het melkgebit, onafhankelijk van elkaar, tussen de twee en zes weken door. Bij het melkgebit zijn nog geen molaren aanwezig. Het melkgebit wordt tussen de drie en zes maanden vervangen, ook weer onafhankelijk van elkaar en de molaren komen erbij.

Er kunnen problemen ontstaan bij het wisselen, het melkgebit blijft dan te lang zitten waardoor er standveranderingen in het blijvende gebit kunnen ontstaan. Over het algemeen betreft dit de hoektanden, deze staan dan te ver naar binnen of te ver naar voren. De dierenarts zal bij de eerste vaccinatie (9 weken) ook het gebit goed controleren en kijken naar eventuele afwijkingen. Ook kunnen soms te veel tanden of kiezen aangelegd worden. Mochten deze problemen geven kunnen ze verwijderd worden. Gedacht moet worden aan standveranderingen en voedselresten die ertussen blijven zitten. Vanzelfsprekend worden tanden en kiezen onder een lichte (gas) narcose getrokken.

Tandsteen en tandplak kunnen ook een probleem geven voor het gebit. Tandplak is een aanslag wat op de tanden is ontstaan. Het is een vrij zachte laag die bestaat uit levende en dode bacteriën, voedselresten en calcium en fosfor uit het speeksel. Het ziet er geel/bruinachtig uit en vormt een harde laag. Het ontstaat hoofdzakelijk langs het tandvlees. Zit het tandplak er langere tijd, dan wordt het tandsteen. Dit kan weer aanleiding geven tot ontsteking van het slijmvlies en het ontstaan van gaten in het glazuur van de tanden en de kiezen.

Met een slecht gebit kunnen ook nierproblemen ontstaan. In sommige gevallen kan een eerste vorm van nierfalen verbeterd worden door het gebit goed schoon te maken en eventueel tanden of kiezen te trekken.

Het poetsen van het gebit van de kat kan veel problemen voorkomen maar is helaas niet altijd mogelijk. Aan te bevelen is om daar al op jonge leeftijd mee te beginnen en wel zodra het blijvende gebit aanwezig is. Wel zijn er tegenwoordig ook brokken in de handel met een tandenpoetsende werking en die hebben een positieve werking op het gebit. Poetsen blijft echter de beste oplossing.

De dierenarts zal bij de jaarlijkse controle zeker het gebit van de kat goed controleren op tandsteen, gaatjes en slechte tanden en/of kiezen. Zo nodig zal een gehele gebitsreiniging plaatsvinden welke onder verdoving gedaan wordt. Ook zal, indien nodig, een kuur antibiotica gegeven worden.

Een slecht of aangetast gebit kan herkend worden als:
  • de kat een slechte adem heeft;
  • er overmatig speeksel uit de bek komt;
  • de kat niet wil eten en daardoor vermagert;
  • de kat met een scheve kop eet;
  • de kat geen koud water meer wil drinken;
  • de kat ineens stopt met drinken of eten;
  • de kat pijn heeft, wat vaak aan het humeur te merken is;
  • de kat geen aanraking aan de mond/wangen wil hebben;

Na een gebitsreiniging en het al dan niet trekken van tanden of kiezen is het raadzaam de kat in het begin vloeibaar of zacht voedsel aan te bieden zodat alles eerst goed kan genezen. Mist de kat een aantal tanden of kiezen dan zal dat over het algemeen geen problemen geven bij het eten. Zijn er geen kiezen meer over, snijd dan het voedsel indien nodig in zeer kleine stukjes. Maar na verloop van tijd zal de kat weer gewoon zijn blikvoer eten en zelfs de harde brokjes. Deze worden dan vaak gewoon ingeslikt wat geen probleem is. Ook een kat zonder tanden of kiezen kan nog gewoon voedsel tot zich nemen.

Maar uiteraard geldt dat het regelmatig (laten) controleren van het gebit zeer belangrijk is om erger te voorkomen.

1981 - 2019 © Burmezen & Burmilla's Rasclub Club27, burmezen.info | laatste wijziging 1 april 2018