de geschiedenis van de Burmees in Nederland

door Talitha Dirkzwager
Met dank aan Hetty van Winsen, Erna Duijne en Margaret Henderson voor hun hulp bij het schrijven van deze artikelen!

Nederlandse primeurs in de beginjaren

De show in Den Haag in 1972 had een primeur. Daar was voor het eerst een chocolate Burmees te bewonderen, namelijk de choc poes Ramree Elodia, gefokt door Mrs. E. J. Caldicott. Deze kat was van Philine de Koning uit Amsterdam van cattery Sandhorst. Op 21 april 1973 arriveert in dezelfde cattery het eerste lilac Burmeesje op het Europese continent: Ramree Simcha Ktana, ook gefokt door Mrs. E.J. Caldicott uit Londen. Ze werd geboren op 3 februari 1973 uit Ramree Mawar (27b) en Si-Mon's Aybo Budda (27b).

De eerste crème Burmees die de titel Internationaal Kampioen mag voeren binnen de FIFé is Gemmy af Thamakan, gefokt door Birgit Nehammer en in het bezit van mevrouw G.E. Beintema-Wixwat.

Zoals in meer grote catteries, gebeurde er bij cattery Chateau Blanc halverwege jaren '60 een 'ongelukje'. En als je twee verschillende rassen fokt, zoals zij Perzen en Burmezen fokten, kun je nog wel eens voor verassingen komen te staan. Zo kreeg bruine poes Arboreal Jeela eens een nest van de crème Pers Harpur Valentino. Eén van de poezen, Lucky Star van Chateau Blanc, werd aangehouden als fokpoes en geshowd als Europees Korthaar Schildpad. Ze kreeg een nest van de bruine Burmees kater Procul Hitachi en daaruit werd onder andere geboren d'Rode Pimpernel van Chateau Blanc: eigenlijk de eerste rode Burmees in Nederland! Wie dacht ook weer dat men in Engeland de eerste was met het fokken van rode Burmezen?! Er werd met deze kat doorgefokt, waarna er uit diverse combinaties tortie, rode en crème Burmezen werden geboren. Eén van de tortie Burmezen was bijvoorbeeld bruin-tortie poes Polara van Chateau Blanc, geboren op 25 november 1967. Deze nieuwe kleuren sloegen destijds echter niet aan.

Ger Radius importeerde rond 1972 de eerste crème poes binnen Felikat: Pussinboots Zakremi van fokster Robine Pocock uit de UK. Tegelijk met Kremi, zoals Ger Radius haar crème poes noemde, importeerde dhr. B.K. van der Boor de crème kater Anandawin Suruman van een andere Engelse fokster, mevrouw A.R. Windrow. Een maand na aankomst in Nederland werd Kremi op een show in België 'Best in Show Kitten Korthaar'. Dit was belangrijk voor het Burmezenras, omdat de Burmees het de eerste jaren op het vaste land van Europa moeilijk had om populariteit te verkrijgen. Sowieso behaalde Zakremi goede showresultaten, zoals Beste Burmees in Den Haag. Op 24 juni 1973 werd Kremi voor het eerst moeder en dit was een bijzonder nest. Uit de combinatie van deze twee eerste crème imports, Pussinboots Zakremi en Anandawin Suruman, werd het eerste nest crème Burmezen op het continent in FIFé verband geboren. Met deze vijf kittens had Nederland dus een primeur.

Shanti van Sirimyrhana, een bruin-tortie poes geboren in 1975, was de eerste binnen Felikat geboren en geregistreerde tortie in Nederland. Omdat torties in die tijd nog geen CAC status hadden, kon zij op shows nog niet voor een titel gaan.

IC Kallistra Penelope, een bruin tortie poes, werd de eerste Internationaal Kampioen tortie poes in Nederland. Siwan en Selinda van Sirimyrhana, blauw-tortie poesjes, werden de eerste torties die de titel Internationaal Kampioen behaalden binnen Felikat. Dit gebeurde niet lang nadat torties CAC status kregen.

Er is veel veranderd in Burmezenland. Het ras is enorm gegroeid sinds de beginjaren, al heeft het wel golfbewegingen gekend. Halverwege de jaren '70 had de populariteit een piek. In die periode zaten er al snel zo'n 25 Burmezen op een show. Vanaf de jaren '80 werd dit minder en rond het millennium bleek de de populariteit juist weer te stijgen. Op dit moment zitten we echter weer in een neergaande spiraal en zijn er relatief weinig actieve Burmezenfokkers en showers.

De Burmees is door de jaren heen wel veranderd, maar altijd bij haar oorsprong gebleven. Sommige rassen lijken in niets meer op hun voorouders van 30 jaar geleden. De Burmees wel, van Wong Mau tot de Burmezen van nu: ze zijn zichtbaar verwant en gelukkig maar, want er is niet voor niets zoiets als een rasstandaard. Maar uiteraard heeft het ras wel wat ontwikkelingen doorgemaakt. Eén van de doelen van het fokken is – naast het streven naar een zo gezond mogelijk ras – om het type van het ras te verbeteren en de rasstandaard zo dicht mogelijk te benaderen. De Burmezen zijn tegenwoordig wat ronder dan vroeger, de oogkleur is in de laatste jaren verbeterd, de oorstand is wat mooier en de neusjes zijn over het gehele ras bekeken korter (niet meer het smalle langere type). Zolang het niet doorschiet richting het hele korte ronde Amerikaanse type of een type dat meer doet denken aan een Britse Korthaar, zal de Burmees een ras blijven dat dicht bij haar oorsprong blijft. En hopelijk zal 'mijn opvolger' die over ruim 30 jaar opnieuw de geschiedenis van het Burmezenras in Nederland induikt ook denken: "De Burmees is niet veel veranderd en haar oorsprong trouw gebleven!"

1981 - 2018 © Burmezen & Burmilla's Rasclub Club27, burmezen.info | laatste wijziging 1 april 2018