de geschiedenis van de Burmees in Nederland

door Talitha Dirkzwager
Met dank aan Hetty van Winsen, Erna Duijne en Margaret Henderson voor hun hulp bij het schrijven van deze artikelen!

burmezenpioniers in de beginjaren

Aangezien het ras nog vrij klein was in de beginperiode, waren er niet veel fokkers binnen Felikat actief met het Burmezenras. Hieronder een aantal Burmezenpioniers van het eerste uur:
De heer Campen – geen catterynaam
Zoals eerder te lezen was, haalde de heer Campen de eerste Burmezen naar Nederland. Hij hield zich echter niet alleen met katten bezig, hij hield ook chimpansees. De heer Campen voerde intelligentietesten uit bij deze dieren. Als je bij hem thuis kwam en de katten wilde bekijken, moest je eerst langs de apenverblijven. Zij waren wel geïnteresseerd in bezoek en strekten hun harige armen uit naar iedereen die langskwam! Volgens de verhalen zijn er dan ook maar weinig mensen geweest die het aandurfden om tot de Burmezen te komen. Eén van hen was Mevrouw F. Kok-van der Ven. Zij liet haar Siamees poes Tjoe dekken door Kevitor Brown Berry. Het resultaat was een nest mooie Tonkanezen, waarmee zij verder fokte. Na kruisingen onderling kreeg ze weer Burmezen. Mevrouw Kok Ven was eind jaren '60/begin jaren '70 veel op shows aanwezig en heeft veel moeite gedaan om de Tonkanees te laten erkennen als ras. Twee anderen die de apen trotseerden waren Ben en Dien de Kok van cattery d'Ekster. Zij waren door mw. Kok bij de heer Campen geïntroduceerd en mochten als één van de weinigen een Burmees van hem kopen. Ben de Kok vertelt als volgt over dit bezoek: "Ik voel nog de pijn van de hand van één van de apen om mijn arm, net een nijptang, toen ik door dat smalle gangetje langs de apen probeerde te komen naar de katten". Zij kochten in 1972 Sheba Brown, een bruine kater die enige tijd bij hen ter dekking is geweest. De kater bleek echter een wit vlekje op zijn borst te hebben, waardoor de interesse voor hem niet zo groot was. Er waren in die tijd al katten zonder wit. Sheba Brown is toen verhuisd naar cattery Iranzo van Mevrouw J. Latorre. Hier heeft hij nog voor een aantal nakomelingen gezorgd, totdat zij wegens familieomstandigheden moest stoppen met fokken. De heer Campen had geen catterynaam, iets dat in die tijd nog niet verplicht was. De katten werden gewoon op hun eigen naam geregistreerd, zonder bijbehorende naam van de cattery. Op een gegeven moment kwamen hier wel regels voor. Bij Felikat ging men rond 1968 over tot het registeren van catteries onder één letter, beginnende bij de A. Alle nesten van mensen die geen catterynaam hadden werden onder deze letter geregistreerd. Bij de onafhankelijken werd registratie van de cattery verplicht om stambomen aan te kunnen vragen. Al deze catteries werden geregistreerd bij de Centrale Cattery Registratie, ook bekend als de CCR (1974).
Mevrouw Verhey – cattery Chateau Blanc
Mevrouw M.C. Verhey-de Hoog van cattery Chateau Blanc woonde op een woonboot in Den Haag. Ze was van oorsprong een Perzenfokster, maar startte vanaf 1965 ook met het fokken van de Burmees. In die periode beperkten de meeste fokkers zich tot het fokken en showen van de 'klassieke kleuren', maar zij had een voorliefde voor iets bijzonders. Bij de Perzen werkte ze als één van de eersten met colourpoints, silver tabbies en particolours, voor die tijd vrij revolutionair. Ze importeerde regelmatig katten uit Amerika en Engeland, wat in die tijd toch een hele onderneming was. Naast de Perzen had cattery Chateau Blanc ook Burmezen die op naam stonden van de heer P. Verhey. De familie Verhey heeft halverwege de jaren '60 een aantal bruine Burmezen uit Engeland geïmporteerd: de poezen Arboreal Jeela, Jongela Celia, Kathoodu Kaldanora en Magamba Artemis, en de katers Procul Hitachi en Procul Thebaw. Ook op hun stambomen zijn de originale Amerikaanse importen nog terug te vinden, net als bij de eerste Burmezen in Nederland die rond 1963/1964 aankwamen (Casa Gatos da Foong, Casa Gatos Darkee, etc.). Vooral de poes IC Jongelia Celia heeft veel nakomelingen gekregen. Samen met CH Procul Hitachi kreeg ze bijvoorbeeld GIC Godomar Aseano van Chateau Blanc, een blauwe kater die jarenlang dekkater is geweest bij cattery Alice's van mevrouw A. Alfenaar-Bosman. De familie Verhey had de primeur van rode, crème en tortie Burmezen in Nederland. De heer en mevrouw Verhey hebben door de relatief grote hoeveelheid importen en nesten die zij gefokt hebben een grote bijdrage geleverd aan de Burmees binnen de onafhankelijke verenigingen in Nederland. Op ontelbare stambomen van Burmezen in binnen- en buitenland is wel de naam Chateau Blanc terug te vinden, als je maar ver genoeg teruggaat in de lijnen.
Ans van der Sluys – Haguewood Cattery
Ans van der Sluys was de persoon die eind jaren '60 o.a. Ballard Bluebell en Ballard Rudy naar Nederland haalde. Hier had ze een primeur mee, omdat Rudy de eerste officieel geregistreerde Felikat dekkater was. Uit de combinatie Bluebell en Rudy werden diverse kittens geboren, waaronder 3 blauwe kittens op 25 april 1971. Dit is het nest waar de blauwe dekkater Haguewood Homerun uit kwam. Rond 1972 vermeldde de cattery advertentie van Ans v/d Sluys vier dekkaters: Montanha Blue Enterprise (in het bezit van mevrouw Krüger, een Duitse fokster waar ze mee samenwerkte), IC Ballard Rudy, Haguewood's Homerun en de jonge rode kater Firecrest, zoon van Rudy en een tortie poes.
Ger Radius – Cattery Achter de Bongerd
Ger Radius uit Twello fokte naast Burmezen ook Siamezen en Devon Rexen. Zij importeerde eind jaren '60 de bruine poes La-Sun Hotchpotch uit Engeland van fokster Dorothy Silkstone. Hotch Potch kreeg in 1970 haar eerste nest, twee bruine kittens. Hiermee begon ook Ger's bijdrage aan het Burmezenras. Ook importeerde Ger Radius rond 1972 de eerste crème poes binnen Felikat: Pussinboots Zakremi van de bekende Engelse fokster Robine Pocock.
G.P. Bussink – Cattery De Meteoropolis
Ook mevrouw Bussink was sinds eind jaren '60 betrokken bij het Burmezenras in Nederland. Zij was in het bezit van de eerste geregistreerde dekkater van Nederlandse bodem: Cinderella's Dino. Ook fokte zij met Freefolk Hazel, een lief bruin poesje en één van de imports uit de UK van eind jaren '60. Zij werd in eerste instantie geïmporteerd door mevrouw Vloemans uit Vlaardingen en was ook een fokpoes binnen haar Cinderella's cattery, maar aangezien zij later nakomelingen kreeg bij cattery van de Meteoropolis en geshowd werd door mevrouw Bussink lijkt het erop dat Hazel is overgenomen door haar.
Mevrouw Beintema – Cattery Van Maracanda
Cattery van Maracanda van mevrouw Beintema uit Heerhugowaard, had rond 1975 twee Burmees dekkaters. De eerste was Gemmy af Thamakan, een crème import uit Denemarken die werd geboren op 8 juli 1973. Gemmy werd veel gebruikt en is de vader van de eerste tortie kittens binnen Felikat. Gemmy was een kind van Belcanto Artaxerxes en Bosinver Wah Wah. In de cattery advertentie van 1975 van cattery Maracanda is te lezen dat Gemmy op dat moment al drie keer Best Burmees op een show was geworden. Mevrouw Beintema had tevens de kater Belcanto Papageno, een bruine import uit de UK die chocolate en blauw droeg. Ook importeerde zij uit Engeland Kupro Cream Melissa, geboren in maart 1974. Van dezelfde cattery had mevrouw Beintema nog een andere import, de bruine poes Kupro Brown Simone, geboren in 1975.
Dien de Kok – Cattery van d'Ekster
Dien de Kok fokt sinds 1970 en is sinds die tijd lid van Neocat. Dien had oorspronkelijk alleen huiskatten. Tot zij in een kattenboek een foto zag van een Burmees, ze was direct verkocht. Zo'n poes moest en zou zij ook hebben! Dit was in 1969. Pas na een jaar zoeken lukte het om een Burmees poes te bemachtigen: de bruine poes Minoeska van Sans Souci, dochter van de US import Pallady's Sir Sir. Minoeska kreeg een nestje, en na dat eerste nestje volgden er meer. Ze werd de stammoeder van cattery van d'Ekster, een cattery die nog steeds mooie Burmezen fokt die het goed doen op Nederlandse en internationale kattenshows. Afgezien van de 'klassieke' kleuren, heeft Dien ook hard gewerkt om de voor die tijd nieuwe kleuren in Nederland populair te krijgen. Zo had zij de crème Burmees kater GIC Marcel af Thamakan (Deense import), de vader van veel rode, crème, en tortie Burmezen bij de onafhankelijken. Verder werkte zij, samen met cattery Kallistra, aan de totstandkoming van de cinnamon Burmees in Nederland. De eerste in Nederland geregistreerde cinnamon Burmezen, Bunny en Burdie van d'Ekster, zijn door haar gefokt.

katten Erna Duijne
In de jaren '70 breidde het aantal fokkers zich snel uit. Andere namen uit die tijd zijn:
  • Cattery van Sirimyrhana van Erna Duijne, gestart in 1971. Haar 1e fokpoes was Zwenny van Casa de Fieras (roepnaam Myra). Erna is zeer actief geweest in de Burmezenwereld.
  • Cattery van Marantish van J. Hoeksema-Lowie, gestart in 1972. Zij hadden de kat Buskins Mi-Ling in het bezit.
  • Cattery Bibicat van mw. F. Versloot-van Rossem, gestart in 1972.
  • Cattery Kallistra van in die tijd Margaret en Eddy Davelaar, gestart in 1972, aangesloten bij een onafhankelijke vereniging.
  • Cattery Lokapala van Ans en Ton van Melis, gestart in 1974. Zij importeerden onder andere de poes Planetjade Amberine uit de UK. Een aantal door hen gefokte katers zijn actief geweest als dekkater en hebben daarmee een bijdrage geleverd aan de Burmees in Nederland.
  • Cattery Crijohcat van Chris Timmers en John Castelein, veel van de door hun gefokte katten zijn gebruikt voor de fok, waardoor hun lijnen nog terug te vinden zijn bij diverse catteries van nu.
  • Cattery Mingaladon, van G.E. Verbrugge.
  • Cattery van Geldria, van W. van Gelderop, korte tijd actief in die periode.
  • Cattery Casa de Fieras.
  • Cattery Feeus, van Hans te Boekhorst en Theo van Wely.

1981 - 2018 © Burmezen & Burmilla's Rasclub Club27, burmezen.info | laatste wijziging 1 april 2018