de geschiedenis van de Burmees in Nederland

door Talitha Dirkzwager
Met dank aan Hetty van Winsen, Erna Duijne en Margaret Henderson voor hun hulp bij het schrijven van deze artikelen!

vroege imports

In 1964 werd er een poes uit Zweden geïmporteerd; Mokka my Bella. In 1965 arriveerde Arboreal Jeela uit de UK, een bruine poes en kleindochter van de beroemde dekkater van Robine Pocock, Soondar Mooni. Uiteraard hebben deze Burmezen samen met Kiang Kamina en Brown Berry invloed op het Burmezenras gehad, aangezien ze tot de eersten in Nederland behoorden. De katten die aan het eind van de jaren '60 werden geïmporteerd lijken echter invloedrijker te zijn geweest. In 1968 werden er diverse katten uit Engeland gehaald, waaronder: Ballard Bluebell (blauwe poes), Ballard Rudy (blauwe kater), Freefolk Hazel (bruine poes), Kernow Tara (bruine poes), Buskins Mi-Hling (bruine poes), Jongela Celia (bruine poes), Procul Hitachi (bruine kater) en Procul Thebaw (bruine kater).

De eerste in Nederland gefokte dekkater die bij Felikat werd geregistreerd komt uit een combinatie van deze imports. Freefolk Hazel en Ballard Rudy kregen samen Cinderella's Dino, een bruine kater. Ballard Rudy was zelf de eerste officieel geregistreerde kater op de dekkaterlijst van Felikat. De imports bleven doorgaan, in 1969 werd er bijvoorbeeld een bruine kater uit Amerika geïmporteerd door de familie Verhey: Pallady's Sir Sir.

Halverwege de zestiger jaren fokten de paar Burmezenfokkers nog voornamelijk bruine Burmezen. Er was echter binnen de onafhankelijke verenigingen iemand die gespecialiseerd was in de kleur blauw. Dit was de heer van der Spek. Hij was in het bezit van de blauwe kater Ballard Raba en de blauwe poes Kanghe Kabadi, beiden geïmporteerd uit Engeland. Hij heeft echter niet veel gefokt, want er zijn geen Burmees nakomelingen terug te vinden van zijn katten. Uiteraard nam het aantal blauwe Burmezen na de imports van Ballard Bluebell en Ballard Rudy in 1968 snel toe.

Er werden in de beginjaren ook een aantal katten uit Denemarken gehaald, met name bij de Thamakan cattery van Birgit Nehammer vandaan. In Denemarken was men wat eerder begonnen met het fokken van Burmezen dan bij ons, deze lijnen waren echter ook Engels net zoals de Nederlandse lijnen grotendeels waren.

Ook in de jaren '70 (en '80) werden er een behoorlijk aantal Burmezen uit de UK geïmporteerd, waarvan er enkele een belangrijke rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van de Burmees in Nederland. De catteries die in die tijd katten exporteerden vanuit Engeland naar Nederland waren onder andere Arolan, Indianqueen, Javeno, Kalos, Kanzan, Kupro, Merrymew, Ramree, Silverseal, Sittang, Tangopaws en Vintage. Importkatten die in die tijd veel werden gebruikt waren Kanzan Cream Avocado (crème), Kalos Blue Kedros (blauw), Merrymew Aquarius (rood), Red Mark (rood), Indianqueen Blue Crystal (blauw), Kayserling Klara (bruin) en later Vintage Sand Sultan (chocolate). Zij komen voor in vele stambomen.

1981 - 2018 © Burmezen & Burmilla's Rasclub Club27, burmezen.info | laatste wijziging 1 april 2018